BackrowBackrow

Vraagtypes

Alles wat je zaal kan doen

Polls, woordwolken, quizzen, vragen, feedback, hartjes en inschrijvingen: wat elk type is, wanneer je het gebruikt, en wat het grote scherm en de telefoons tonen.

De zaal antwoordt

Live polls

Eén vraag, twee tot zes antwoorden. De balken bewegen op je eigen slide terwijl de stemmen binnenkomen.

Wanneer gebruik je het
Om een presentatie te openen, de temperatuur te meten, of de zaal te laten voorspellen of beslissen. Ja of nee, een eens-schaal, een score van 1 tot 5 of hoe mensen zich voelen staan klaar in één klik.
Op het grote scherm
De resultaten in je eigen slide-ontwerp: balken, kolommen, ringen, bellen, een live ranking of één groot getal.
Op de telefoons
De antwoorden als grote knoppen. Eén tik is een stem, en zolang de poll open is kan je je antwoord nog wijzigen.

Woordwolken

Iedereen stuurt tot drie woorden. De meest gegeven woorden worden live het grootst.

Wanneer gebruik je het
Voor een eerste indruk, een sfeer, of één woord dat alles samenvat.
Op het grote scherm
De woorden in je slide, zo groot als het aantal telefoons dat ze gaf. Hoofdletters, accenten en spaties tellen als hetzelfde woord, en je kan een woord verbergen.
Op de telefoons
Tot drie korte woorden, aan te passen zolang de vraag open is.

Quizzen met een ranking

Een aftelklok, het juiste antwoord dat oplicht, en punten voor antwoorden die juist en snel zijn.

Wanneer gebruik je het
Om te testen wat bleef hangen, om een zaal wakker te maken, of als spel op het einde. Een stelling waar of niet waar is één klik.
Op het grote scherm
De vraag met de aftelklok, dan het juiste antwoord, de ranking met bijnamen en de eindstand.
Op de telefoons
Eén keer een bijnaam, dan één antwoord per vraag, meteen of het juist was, en je eigen plaats in de ranking.

Vragen met duimpjes

Vragen komen binnen tijdens de presentatie en de zaal stemt de beste omhoog.

Wanneer gebruik je het
Bij elke presentatie: mensen vragen wat ze nooit luidop zouden vragen.
Op het grote scherm
De populairste vragen op je vragenslide, en één vraag groot op het scherm terwijl je ze beantwoordt. Keur vragen eerst goed als je wil, verberg er een of markeer ze als beantwoord.
Op de telefoons
Typ een vraag, met of zonder naam, en geef duimpjes aan de vragen die jij ook beantwoord wil zien.

Feedback met sterren

Een score op vijf en open ideeën, wanneer jij erom vraagt.

Wanneer gebruik je het
Op het einde van een presentatie, of na elk deel van een opleiding.
Op het grote scherm
Het aantal scores, en het gemiddelde zodra het de score haalt die jij kiest. De ideeën blijven bij jou.
Op de telefoons
Eén tot vijf sterren en, als ze willen, een idee.

Hartjes per slide

De zaal stuurt hartjes naar de slides die ze goed vindt, zodat je ziet welke momenten aankwamen.

Wanneer gebruik je het
Altijd aan: het kost de zaal één tik en vertelt jou wat je moet houden.
Op het grote scherm
Een kleine hartjesteller in de hoek van de slide; achteraf de hartjes per slide in je resultaten en de pdf.
Op de telefoons
Een hartje onder de slide, tot tien tikken per slide.

Inschrijfformulieren

Naam, e-mail en je eigen vragen, voor wie meer van je wil horen.

Wanneer gebruik je het
Voor een demo, een pilot, een nieuwsbrief, de slides per mail of een opvolggesprek.
Op het grote scherm
Hoeveel mensen zich inschreven. Namen en e-mails gaan alleen naar de eigenaars en beheerders van de organisatie, klaar om te exporteren.
Op de telefoons
Het standaardformulier of je eigen: de velden die je kiest, je eigen vragen (tekst, een keuze, ja of nee) en waarom je elk ervan vraagt. Toestemming staat nooit vooraf aangevinkt.

Kies alles wat past

Een poll waarin iedereen meerdere antwoorden aanvinkt, of tot het aantal dat jij kiest.

Wanneer gebruik je het
Voor prioriteiten, de tools die mensen gebruiken, of de onderwerpen die ze hierna willen.
Op het grote scherm
Elk antwoord als het deel van de mensen die het kozen, in je eigen slide-ontwerp. Samen geeft dat meer dan 100%, zoals het hoort.
Op de telefoons
De antwoorden als knoppen om aan te vinken, dan één keer Versturen. Mensen passen hun keuze aan zolang de poll open is.

Kies een foto

Deze of die? Twee tot zes foto’s naast elkaar, en de zaal kiest.

Wanneer gebruik je het
Voor ontwerpen, producten, plekken of alles wat mensen op het oog beoordelen.
Op het grote scherm
Je foto’s in je eigen slide, elk met zijn antwoord en het deel van de zaal terwijl de stemmen binnenkomen.
Op de telefoons
De foto’s als grote tegels om op te tikken, twee naast elkaar, met het antwoord eronder.

Het rad

Namen, prijzen of keuzes op een rad dat op het grote scherm draait en op één stopt.

Wanneer gebruik je het
Wie stelt de volgende vraag, welke prijs, welk onderwerp komt eerst: laat het toeval eerlijk beslissen.
Op het grote scherm
Een rad in je eigen kleuren dat een paar seconden draait en onder de pijl stopt. Elke draai blijft bij de sessie bewaard.
Op de telefoons
Het rad dat draait, en dan het vakje waarop het stopte.

Willekeurige winnaar

Trek een winnaar uit iedereen die meedeed, zich inschreef of de quiz juist had.

Wanneer gebruik je het
Voor een prijs op het einde, een tombola onder wie zich inschreef, of een beloning voor juiste antwoorden.
Op het grote scherm
Even spanning, dan de winnaar als “Deelnemer 17” of een quizbijnaam. Nooit wie iemand is, tenzij je een voornaam toestaat.
Op de telefoons
De gsm van de winnaar zegt “Je hebt gewonnen!”, met confetti. Backrow trekt op zijn server, met voor iedereen dezelfde kans.

Je slides vertellen het verder

Conclusies over polls heen

Combineer polls op één slide: “46% koos de zee, en 70% van hen wil in de lente gaan.”

Wanneer gebruik je het
Om een reeks vragen af te sluiten met een inzicht in plaats van een grafiek.
Op het grote scherm
De resultaten van eerdere polls, antwoorden opgeteld, of een poll alleen geteld bij de telefoons die in een andere poll een bepaald antwoord gaven.
Op de telefoons
Niets extra: het volgt uit de antwoorden die de zaal al gaf.

Elke zaal voor deze

Toon de antwoorden van deze zaal naast elke eerdere sessie van dezelfde presentatie.

Wanneer gebruik je het
Voor presentaties die je keer op keer geeft: “deze zaal denkt anders dan de elf zalen voor haar”.
Op het grote scherm
Eén vraag over elke eerdere sessie van de presentatie, deze zaal apart, of alles samen.
Op de telefoons
Niets extra: de telefoons beantwoorden de vraag zoals altijd.

De samenvatting van je presentatie

Een laatste slide die je presentatie samenvat: tijd, hartjes en vragen per slide.

Wanneer gebruik je het
Als slotslide, of in een pauze om samen met de zaal terug te blikken.
Op het grote scherm
Per slide hoe lang ze op het scherm stond, haar hartjes en vragen, en de slides die opvielen. Ze vult zich live.
Op de telefoons
Niets extra: ze is gemaakt van wat de zaal al deed.

Live cijfers

Hoeveel telefoons er nu meedoen, en hoeveel antwoorden je organisatie ooit kreeg.

Wanneer gebruik je het
Op een welkomstscherm, aan een stand, of op een slide over bereik.
Op het grote scherm
Telefoons nu, zalen, antwoorden, telefoons en sessies, voor deze presentatie of je hele organisatie.
Op de telefoons
Niets: het telt, het noemt nooit iemand.

Je volgende presentatie, met de hele zaal erin

Maak in een minuut je account, verbind je assistent en vraag je eerste interactieve presentatie.